Beelddenken: een visueel leersysteem

Elke baby die geboren wordt, is van nature visueel ingesteld, door zijn onvermogen om zich verbaal te kunnen uiten. Ieder mens is bij zijn geboorte dan ook 100% beelddenker.
In hun peutertijd leren kinderen praten; klanken worden gekoppeld aan beelden. Het taaldenken begint zich te ontwikkelen.
Rond het 5e levensjaar ontwikkelt het menselijk brein een voorkeur voor het visuele leersysteem (beeldenken) of het verbale leersysteem (taaldenken).Deze voorkeur is erfelijk bepaald en zal niet meer veranderen.

Een taaldenker bedenkt het plaatje bij het woord.
Een beelddenker moet het woord zoeken bij het beeld.

Ben jij een beelddenker

Denken in beelden in plaats van woorden

Beelddenken is denken in beelden en gebeurtenissen, niet in woorden en begrippen. Een beelddenker ziet in één oogopslag het geheel. Alle informatie komt gelijktijdig binnen. Een beelddenker krijgt wel 30 beelden per seconde binnen, terwijl een taaldenker, die in woorden denkt, ongeveer 2 à 3 woorden per seconde op volgorde binnenkrijgt. Dit betekent dat een beelddenker dus 16 keer meer gedachten per seconde moet verwerken. Beelddenken is een snelle manier van informatieverwerking en- verwerving op een onbewust niveau. Je komt met beelddenken sneller tot een resultaat dan met taaldenken.
Beelddenkers hebben vaak problemen met taal: het beeld verdringt als het ware de taal. Ze hebben woordvindingsproblemen en hebben vaak een eigen taalgebruik: een ‘rontonde’ i.p.v. rotonde (logisch; want een rotonde is toch ‘rond’). Of een ‘broterham’. Vaak hebben ze een originele, maar beperkte woordenschat, aangezien het lastig is om woorden aan beelden te koppelen.
Woorden waar geen beeld bij is (abstracte woorden/ lidwoorden) worden bij het lezen vaak over het hoofd gezien. Ze moeten bij woorden/ begrippen die ze niet kennen een beeld vormen om ze te begrijpen en te onthouden. Het kost tijd om deze vertaalslag te maken.

Overzicht versus details

Ons onderwijssysteem is gericht op een verbale en lineaire manier van informatie verwerken. De stof wordt op volgorde aangeboden en stap voor stap wordt er naar een eindproduct gewerkt. Een beelddenker weet niet hoe hij de informatie van al deze kleine tussenstappen moet verwerken tot een groter geheel. Hij ‘ziet’ het eindproduct onbewust voor zich, maar heeft moeite om het proces te verwoorden.
Hij leert liever top-down. Vanuit het totaaloverzicht ziet een beelddenker pas de details. Vanuit het totaaloverzicht kan hij pas alle details aan bestaande kennis koppelen en beklijft de stof beter. Van nature is een beelddenker dan ook meer gericht op het totaalplaatje dan op de details.

Een taaldenker ziet door de bomen het bos niet meer.
Een beelddenker ziet door het bos de bomen niet meer.

Beeldenken: probleemoplossend bezig zijn zonder woorden

Een beelddenker zal vanuit zijn visuele vermogen snel een overzicht van een (complex) probleem te zien. Vaak zit de oplossing namelijk al in zijn hoofd; het onder woorden brengen van deze oplossing is soms wat lastig. Beelddenken betekent ook probleemoplossend bezig zijn zonder woorden. Hij lost zijn problemen op zonder taal en structuur. Daarom wordt er niet altijd even goed naar een beelddenker geluisterd. Zijn ideeën worden niet altijd begrepen, aangezien hij zijn gedachten niet goed kan overbrengen. Er zit geen kop en staart aan het verhaal: beelddenkers beginnen in hun verhaal zomaar ergens: een beeld heeft immers ook geen begin en eind. Een verhaal, bestaande uit woorden, echter wel. Beeldenkers hebben moeite met volgorde en tijd, omdat alles in hun hoofd tegelijk aanwezig is. Volgorde en tijd zijn daarbij niet van toepassing.
Een taaldenker benadert een probleem vanuit een analytische invalshoek. Een beelddenker daarentegen is erg goed in associëren en het bedenken van creatieve oplossingen voor een probleem. Hij denkt out of the box, buiten de gebaande wegen en heeft zo een eigen kijk op situaties. Dit is absoluut een gave van een beelddenker!
Een keerzijde van dit associatie vermogen is dat het lastig voor een beelddenker is om de vele informatie die binnenkomt te ordenen en een plekje te geven. Hij heeft behoefte aan ordening en categorisatie. Alleen op die manier kan hij de verkregen informatie goed verwerken en opslaan.

Een beelddenker werkt op inzicht, vanuit het geheel met een voorkeur voor beelden.
Een taaldenker werkt op volgorde vanuit de analyse met een voorkeur voor taal.

Bron: M.v.d.Coolwijk, Beelddenken, visueel leren en werken; een praktisch naslagwerk voor jeugd en volwassen over ons visuele leer- en denksysteem, 2012